Resultaten
Op 8 oktober 2010 zijn de resultaten van het 3M Fonds-onderzoek naar het geefgedrag door het Nederlandse bedrijfsleven aan Goede Doelen Organisaties gepubliceerd. Met dit onderzoek wil het 3M Fonds, naast de jaarlijkse Grote Gift van 50.000 euro en vrijwilligerswerk via met Helpende Hand, Goede Doelen Organisaties helpen op kennisgebied.
Hieronder staan de bevindingen van dit onderzoek samengevat:
Bedrijfsleven blijft geven
Keurmerken en crisis van ondergeschikt belang
Crisis of niet, driekwart van de Nederlands bedrijven geeft nog altijd op regelmatige basis aan Goede Doelen. Meestal in geld maar ook goederen of vrijwilligers worden ter beschikking gesteld. Vaak zijn lokale of nationale Goede Doelen Organisaties (GDO’s) de vragers. Een beleid of strategie is meestal niet geformuleerd. Het is meer de persoonlijke voorkeur of band die een beslisbevoegde manager heeft met het gekozen Doel. Keurmerken worden hierbij van minder belang geacht. Dit alles blijkt uit representatief onderzoek dat het 3M Fonds de afgelopen maanden heeft gedaan naar Geefgedrag binnen ons bedrijfsleven.Het onderzoek is gedaan op verzoek van en in samenwerking met een 15-tal Goede Doelen, die graag meer kennis willen vergaren over het geefgedrag van bedrijven. Het 54 pagina’s tellende rapport, dat naast de uitkomsten ook conclusies en aanvullende achtergrondinformatie bevat, is vrijdag 8 oktober aangeboden aan vertegenwoordigers van de GDO’s. Naast paneldiscussies is het onderzoek door middel van een digitale enquête gedaan, waarin vragen op verschillende deelgebieden aan een groep van circa 500 managers zijn voorgelegd.
Verrassende uitkomsten
Het onderzoek laat een aantal verrassende uitkomsten zien. Zo blijkt dat een overgroot deel van het bedrijfsleven (61%) geen formeel geefbeleid heeft. Bedrijven overwegen meerdere keren per jaar donaties te doen aan GDO’s, in plaats van één keer per jaar te bepalen of en hoeveel aan Goede Doelen wordt gegeven. Een andere bevinding is de prominente rol van de voorzitter Raad van Bestuur/Algemeen Directeur bij beslissingen over steun aan Goede Doelen. In combinatie met dat feit biedt dit een interessant perspectief: de ‘persoonlijke betrokkenheid’ scoort het hoogst op de vraag welke aspecten het belangrijkste worden gevonden bij het steunen van Goede Doelen. Het ‘bedrijfsresultaat’ komt dan op de tweede plaats.Het zijn allerlei feiten en feitjes, die bij GDO’s onbekend waren en dus een toegevoegde waarde bieden voor beleidsmakers en andere verantwoordelijken bij de Goede Doelen. In tegenstelling tot wat de GDO’s verwachtten, is bijvoorbeeld de langetermijn relatie niet zo belangrijk in het keuzetraject. Dit is slechts belangrijk voor 26% van de populatie en dan nog meer in het bijzonder voor bedrijven met meer dan 250 werknemers.
Persoonlijk en puur filantropisch
Bedrijven zijn in hun geefbeleid niet gefocust op wat het hen aan opbrengsten oplevert. Het is voor meer dan 70% van de populatie pure filantropie. In het onderzoek kon geen verband worden aangetoond tussen donaties en bedrijfsresultaten. Wat wel opviel is, dat die bedrijven die aangaven volgend jaar meer uit te geven aan steun voor GDO’s, gemiddeld lager scoorden op de belangrijkheid van het bedrijfsresultaat. Over het algemeen zijn de keurmerken voor Goede Doelen Organisaties goed bekend (57%) binnen het bedrijfsleven. Deze keurmerken spelen echter geen doorslaggevende rol (17%) in het beslissingstraject van bedrijven.Bedrijven geven overwegend financiële ondersteuning (bijna 60%). Bij de grotere bedrijven is het aandeel ‘beschikbaar stellen van vrijwilligers’ twee maal zo hoog (bijna 30%) als bij bedrijven met minder dan 20 werknemers.
Klik hier voor een samenvatting van het onderzoeksrapport (363 KB).
